Foto auteur

Foto auteur
Foto Maarten Marchau, provinciebestuur Oost-Vlaanderen

zondag 27 mei 2018

Risk (116)

Wat voorafging: het lijkt wel een sprookje voor Robert. De aantrekkelijke Karin lijkt te vallen voor zijn charmes, waarin hij zelf niet meer geloofde.

Robert wilde haar zoenen, al zo lang wilde hij haar zoenen, maar deze keer deed hij het daadwerkelijk. Hij kuste de sproetjes, hij kuste ook haar oren, haar neusje, haar kin en natuurlijk haar lippen. Daarna kleedde hij haar uit, zorgvuldig, geconcentreerd maar toch evenzeer liefdevol.

‘Jij bent lief,’ zei hij. Het was niet zijn bedoeling geweest om haar ‘lief’ te noemen, maar op dat moment vond hij haar gewoon lief. ‘Echt lief.’

Terwijl hij haar zoende, streelde en knuffelde, trok hij ook zijn eigen kleren uit. Dat ging niet vlot, maar het maakte even niet uit.

Hij had zich voorgenomen om haar brutaal te nemen, zoals je in rauwe films zag. Maar zoals ze daar lag, zo vredig, met een glimlach die bestorven leek op haar gelaat, zo klaar om hem te ontvangen, kon hij niet ruw in haar binnendringen. 

Hij streelde haar, op alle plaatsen, zeker ook op de plekjes die kleine kreetjes van genot aan haar ontlokten. Haar lichaam was zo mooi, zo jeugdig en zo fris, dat het hele tafereel een droom leek, een tedere droom moest het zijn, hoe hard het ontwaken hem nadien ook zou vallen.

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!


zondag 20 mei 2018

Risk (115)

Wat voorafging: Robert en Karin trekken samen naar haar kamer. Ze hebben veel gedronken, allicht te veel. Maar er is meer aan de hand.

Robert keek opnieuw naar Karin. ‘Ja, vandaag ben ik een stoute jongen,’ gaf hij toe. Hij was opgevoed om vooral niet stout te zijn, voorbeeldig, steeds vooraan in de kerk, de gebeden meeprevelend, de gezangen meezingend. Maar vandaag zat hij vol stoute gedachten. 

Ook vroeger had hij wel eens stoute gedachten gekoesterd, hij was geen heilige, niets menselijks was hem vreemd. Wie werkelijk als een heilige leefde, kon maar beter meteen voor de marteldood kiezen.

Maar die vroegere ondeugende gedachten had hij telkens tijdig weten te onderdrukken. Iedereen had het normaal gevonden, geen schouderklopje was zijn deel geweest. Een uitgestelde beloning zou zijn deel zijn.

Ook Robert had meer alcohol gedronken dan hij gewend was. Misschien waren die Irish coffees toch niet zo’n puik idee geweest. Hoewel ze hielpen hem over de laatste scrupules heen. Scrupules waren bij hem metershoge barrières. Het paard naderde, aarzelde, steigerde en keerde dan onverrichter zake op zijn stappen terug.

Boven begeleidde Robert haar naar haar kamer en vleide haar neer op het bed. Karin zag er beeldig uit die dag, meer nog dan anders. Ze had enkele kleine sproetjes op haar slapen die gewoonlijk onder haar haren verborgen zaten. 

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 13 mei 2018

Risk (114)

Wat voorafging: de toenadering tussen Robert en Karin neemt steeds intensere vormen aan. Voor het eerst zoenen ze. En niet zomaar een zoen.

Het was een hele tijd geleden dat Robert Yvonne nog vol op de mond had gezoend. Van andere vrouwen kon hij het zich helemaal niet meer herinneren. 

Karin sloeg haar armen om hem heen, ze klampte zich aan hem vast alsof hij een brandweerman was die haar van het dak van een brandend flatgebouw kwam redden. Ze stond in vuur en vlam, hij ook, hij was geen brandweerman maar een pyromaan die genoot van het oplaaiende vuur, de likkende vlammen.

Daarna nam hij haar hand en leidde haar de trap op. Karin giechelde een beetje en mompelde iets. Hij had het niet begrepen en liet het haar herhalen. ‘Stoute jongen!’ zei ze. 

Het was alweer een hele tijd geleden dat er nog eens iemand Robert een stoute jongen had genoemd. Zijn moeder moest het geweest zijn, lang, echt wel lang geleden, toen hij op een aswoensdag een volledige tablet melkchocolade naar binnen had gewerkt. Een hapje had ze hem nog vergeven. Maar een volledige tablet en dan nog stiekem vroeg om opsluiting in de kelder. 

Een uur lang was hij in de kelder opgesloten. Een uur was verwaarloosbaar ten opzichte van een totaal mensenleven, maar van een kind kon je niet zoveel relativeringsvermogen verwachten. De gedachte dat er misschien ook spinnen of nog erger ongedierte rondkropen in de kelder had hem de adem afgesneden. 

Toen hij na een uur, het kon ook na drie kwartier geweest zijn, bevrijd werd, hapte hij als een vis op het droge. Zijn gezicht was rood, zijn borst brandde. Hij hoestte en even had het zelfs geleken of hij in zijn hoest zou blijven. 

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 6 mei 2018

Risk (113)

Wat voorafging: Robert en Karin kunnen het steeds beter met elkaar vinden. Is het de wijn of is er meer aan de hand? Feit is dat het een heel bijzondere dag voor hen lijkt te worden...

Robert doorkruiste enkele villawijken tot hij aan het boothotel uitkwam. Het was er rustig nu. Er stonden twee auto’s nu, waarvan één met Nederlandse nummerplaat. Hij stak de Albert I-laan over, in de verte naderde alweer een tram. 

Aangekomen aan hun huurhuis, opende hij de voordeur en liet haar vervolgens zoals gewoonlijk voorgaan. Hij was best elegant, op het ouderwetse af. Karin stond niet al te stevig op haar benen, ze waggelde niet echt, maar het was haar wel aan te zien dat ze meer wijn op had dan goed voor haar was. Met de wijngrens was het net als met de sneeuwgrens: ze kon schommelen volgens de seizoenen.

Robert liet de deur achter hen dichtvallen. Dat gaf een klap die Karin deed lachen alsof hij net een goede grap had verteld. Hij nam haar bij de bovenarmen en lachte nu ook. 

Daarna zoende hij haar, eerst voorzichtig op haar volle lippen. Ze moedigde hem aan, haar ogen straalden, hij kon het niet helpen dat hij het merkte. Zijn tong verdween diep in haar mond.

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!


Op 5 mei 2014 publiceerde ik de eerste berichten op deze blog. Mijn oprechte dank aan allen die de voorbije vier jaar interesse toonden in dit project en mij een eind vergezelden op mijn literaire tocht.  


zondag 29 april 2018

Risk (112)

Wat voorafging: de toenadering tussen Robert en Karin is op Goede Vrijdag onmiskenbaar. Terwijl ze terugkeren van Nieuwpoort, legt Robert vrijpostig zijn hand op haar knie. Hij geniet van het moment.

Robert voelde hoe Karin haar hand op de zijne legde en op haar beurt hem begon te strelen. Aan het verkeerslicht draaide hij de Leopold II-laan in, dat was een omweg, maar hij wilde de autorit rekken. 

Ze passeerden langs het warenhuis, langs de witte zomerkapel. Mensen trokken de trappen op naar de kapel, vooral oude mensen, sommigen met wandelstokken.

Hij zou een zijstraat nemen, gewoon een blok rondrijden. Er kwam een fietster aangereden, een vrouw die een dikke winterjas droeg. Robert liet haar grootmoedig voor met een brede armzwaai. Het was ongewoon voor hem, hij was doorgaans sober, ook in zijn gebaren. Was het de wijn of toch meer? 

Hij keek naar Karin. Ze lachte opnieuw, ze had de laatste uren al vaak gelachen. Even legde ze haar hoofd tegen zijn schouder. Haar blonde haren streelden zijn hals. Ze gebruikte een shampoo op basis van verschillende kruiden, hij had de tube in de badkamer van de witte villa gezien. 

Haar haren roken naar een lentetuin, het soort tuin waarin Robert graag zijn vrije uren doorbracht. Zijn hand rustte op haar knie, wat hem betrof mocht zijn hand daar nog lang blijven rusten.    

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 22 april 2018

Risk (111)

Wat voorafging: Robert poogt niet langer aan het verleden te denken en aan de toevallige ontmoeting destijds met Karin in het bos. Op Goede Vrijdag is hij met haar gaan eten in Nieuwpoort. Het herbronningsweekend met het reclamebureau Risk lijkt wel een verre droom als hij met Karin terugkeert naar Oostduinkerke.

Toen Robert en Karin naar huis reden, zocht hij naar een aardig muziekje op de autoradio. Dat viel tegen, op de klassieke zender speelden ze de Mattheuspassie, maar op de andere zenders was het huilen met de pet op. Het was kiezen tussen ruige muziek en dansdeuntjes. 

Hoe meer radiozenders erbij kwamen, hoe beperkter de muziekkeuze werd. Na een tijdje vond hij op een Frans radiostation een liedje van Françoise Hardy. Robert neuriede wat mee. Het was een romantisch liedje dat hij lang geleden op de kermis had gehoord, toen men daar nog Franse muziek durfde te draaien.

Al rijdende legde hij zijn hand op Karins knie. Het nylon voelde zacht aan. Ze keek hem aan en glimlachte, een tikkeltje dankbaar, zo leek het wel. Ze had grote, ronde ogen. Niet echt blauw, zeker niet van dat volle blauw, eerder een tint tussen grijs en blauw in. 

Hij streelde haar knie, terwijl hij zich probeerde te concentreren op het verkeer. Ze passeerden de kusttram die beschilderd was met reclame voor een commercieel televisiestation. Robert poogde niet aan Mike te denken, nu toch niet, op dit moment niet. 

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 15 april 2018

Risk (110)

Wat voorafging: toen Robert jaren geleden op een zaterdagnamiddag ging wandelen in het naburige bos, ontmoette hij bij toeval Karin en haar vriend. Het was de periode van het jaar waarin de boshyacinten weelderig bloeiden. Al vond Karins vriend de hyacinten in het Hallerbos heel wat indrukwekkender. Daar kon je, volgens hem, uren tussen de hyacinten wandelen. Overdreven, vond Karin.


‘Overdrijven? Ik? Als jij tijdens onze wandelingen niet de hele tijd liep te zeuren, had je het zelf ook gemerkt en kon je nu mijn woorden beamen in plaats van mijn geloofwaardigheid in twijfel te trekken. Een man staat of valt met zijn geloofwaardigheid.’

‘Geloofwaardigheid is voor vrouwen evenzeer belangrijk,’ probeerde Robert. Het leverde hem een dankbare glimlach van Karin op.
De man met de baard leunde met zijn arm tegen de schors van een boom. ‘Ik weet het niet,’ zei hij. ‘Ik heb mijn twijfels.’
‘Kom,’ zei Karin, ‘vertel mij eens over jouw twijfels. Waaraan twijfel je zoal?’

Ze zwaaide nog naar Robert terwijl ze met haar twijfelende man weg stapte.
Robert Impens was ook een twijfelende man, een zoekende man. Hij twijfelde over het geloof, niet over geloofwaardigheid. Over zijn geloofwaardigheid had hij weinig twijfels. 

Jammer dat geloofwaardige mensen vaak ook als saaie mensen werden gecatalogeerd. Het was kiezen in het leven en geen enkele weg liep de hele tijd door bergaf. Misschien was dat maar goed ook, als je alsmaar bleef dalen, belandde je uiteindelijk in de hel. En Orpheus en Euridice wisten hoe verdraaid moeilijk het was om de onderwereld heelhuids te verlaten eenmaal je daar was terechtgekomen. 

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!