Foto auteur

Foto auteur
Foto Maarten Marchau, provinciebestuur Oost-Vlaanderen

woensdag 24 juni 2015

Gelukkige slaven?!

Foto bib Brakel
Een tweetal jaren geleden was de Vlaamse succesauteur Tom Lanoye (°1958)  te gast in de Brakelse bibliotheek. Hij had er net een geslaagde tournee op zitten waarin hij 'Sprakeloos', de roman over zijn moeder, op de planken had gebracht. 

Stiekem hoopte ik dat hij dat in Brakel nog eens zou overdoen, maar Lanoye verkoos zijn lezing op te hangen aan zijn oorlogsgedichten en zijn oudere roman 'Het derde huwelijk'. Hij deed dat evenwel met zoveel verve dat ik de dagen nadien naar het boek teruggreep en het in feite met meer plezier dan ooit heb herlezen.

Tom Lanoye is dan ook een zeer veelzijdig auteur. Hij is romancier, dichter, scenarist en theaterauteur. Zijn (voorlopig) laatste roman 'Gelukkige slaven' behandelt in zijn eigen stijl de internationale bankencrisis. Hoofdfiguren in de roman zijn Tony Hanssen en Tony Hanssen. Twee Belgische bannelingen, een loser en een nerd. De één is in Zuid-Amerika verzeild, de andere in Zuid-Afrika. Uiteindelijk zullen ze elkaar na de nodige omzwervingen en avonturen ontmoeten in Azië. Zelfs in een geglobaliseerde wereld ontkomt men moeilijk zijn noodlot.

'Gelukkige slaven' is een Lanoye pur sang. Een tragikomedie met spectaculaire, soms hilarische momenten en op zijn minst opvallende personages. Geserveerd met de soepelheid van de rasverteller, vlot en meeslepend, en dat alles in een beeldende taal.

Liefhebbers van Tom Lanoye zullen dus van het boek genieten. Maar ook wie over de bankencrisis een luchtiger, zij het daarom niet minder beklijvend relaas wil lezen dan het zoveelste essay, zal aan zijn trekken komen. Lanoye deed trouwens veel research voor de roman en inspireerde zich onder meer op het werk van Joris Luyendijk, een bevoorrechte getuige van het leven in de Londense City.

Benieuwd naar het vervolg van 'De eenzaamheid van het grensgebied'? Afspraak op zondag! 

woensdag 17 juni 2015

De roos en de lavendel (17)

Wat voorafging: Maarten woont met de zussen Grenier de mis bij in L'Isle-sur-la-Sorgue. Hij ontmoet er voor het eerst de bloedmooie Rose en aanhoort le père Jacob.

De priester bekloeg zich dat hij reeds jaren alleen instond voor de parochies van L'Isle-sur-la-Sorgue en Fontaine-de-Vaucluse. Hulp viel er niet direct te verwachten. Want ook in Zuid-Frankrijk was het triestig gesteld met de roepingen. Amper drie priesters mocht de bisschop dat jaar wijden in Avignon, nochtans ooit het andere Rome genoemd.

Nog steeds werd naar de periode van het schisma verwezen door het versterkte pausenpaleis, nabij de legendarische brug over de Rhône waar er volgens het lied kommerloos werd gedanst en geschranst, on y danse, on y danse tout en rond. Het volgende jaar viel er zelfs helemaal geen wijding toe te juichen. Het priesterambt was dan ook een hele opgave. Zelfs Jean-Paul Belmondo vroeg zich ooit af hoe priesters 's avonds de slaap nog konden vinden.

'Ook ik heb getwijfeld,' bekende le père Jacob met een deemoed, die men eerder in een praatprogramma op televisie zou verwachten. 'Ik heb zieken zien sterven en mooie vrouwen zien langskomen. Ik heb kerken doen vollopen, ik heb kerken doen leeglopen. Ik heb succes gekend, ik heb ellende gekend. Maar priesters hebben meestal maar één wens: je veux de l'amour.'

Intussen begluurde Maarten Rose, daarbij de grenzen van het goed fatsoen overschrijdend. Weliswaar had ze bijna onmiddellijk de handen gedeeltelijk voor het gelaat geslagen. Hoe graag had hij nog in de kerk zelf haar iets liefs toegefluisterd. Iets dat hij niet letterlijk meende, dat niemand echt meende, maar dat je zei omdat je het in romantische boeken las en aannam dat een meisje zoals Rose dat wilde horen.

Maar er was bovenal die lavendelgeur die ze langs al haar poriën leek uit te zweten en die gecombineerd met de wierook zorgde voor een bedwelmend parfum. De lavendelgeur van Rose Arnaud zou hij zich blijvend herinneren.

Benieuwd naar het vervolg van 'De eenzaamheid van het grensgebied'? Afspraak op zondag!

woensdag 10 juni 2015

De roos en de lavendel (16)

Wat voorafging: Maarten vergezelt de zussen Grenier naar de kerk in L'Isle-sur-la-Sorgue. Zullen de jongeren die Onze-Lieve-Vrouw hebben gezien wel opdagen?

Op het moment dat de mis begon, waren de zieners nog afwezig en Ghislaine had al ontgoocheld in Maartens oor geblazen dat ze hen zouden mislopen. Ze zei het zo luid dat nagenoeg de helft van de aanwezigen in de kerk het moest gehoord hebben. Amper vijf minuten later stapten ze toch de kerk binnen en installeerden zich op de lege stoelen vlak voor Maarten en de zussen Grenier.

De hoogst merkwaardige kinderen Arnaud zagen eruit zoals de krant ze beschreven had. In het midden zat Bernard, bijna 30. Hij had het gezicht van een veertigjarige op de romp van een vijftienjarige, en zou in vroeger tijden beslist als attractie hebben gefigureerd in een kermistent of rariteitenkabinet. Zijn gebit was vergeeld en hopeloos geschonden, terwijl hij nooit had gerookt en nooit met iemand op de vuist was gegaan. 

Dat zou zinloos en roekeloos geweest zijn, want zijn bierbuikje en zijn aandoenlijke varkenspootjes hinderden hem danig in zijn bewegingen. Zodra hij aangekomen was, begon hij mee te bidden, te zingen en te gesticuleren. Dat deed hij met zoveel geestdrift dat hij soms le Père Jacob overstemde. Hij leek een gokker op het moment dat de paarden de laatste rechte lijn ingaan.

Aan zijn rechterhand zat Marie die hoewel ze de volwassen leeftijd had bereikt, nog steeds het buitengewoon onderwijs volgde in Avignon, waar ook Bernard had schoolgelopen. Zij zat de hele tijd te snotteren en te huilen alsof de nagels van de gekruisigde Jezus zonder ophouden in haar handen werden geklopt. De tranen liepen in beekjes van haar gelaat en na enige tijd vormde zich onder haar kerkstoel een langzaam uitdeinende plas.

Links ten slotte zat Rose, veruit de jongste van de drie. Even maar kreeg Maarten haar gezicht volledig te zien, net lang genoeg om vast te stellen dat haar schoonheid geen kwakkel van Le Provençal was. Als engelen bestonden, moesten ze er zo uitzien. Ze was zo mooi dat hij het moeilijk had om zich nog langer op de eucharistieviering te concentreren.

Benieuwd naar het vervolg van 'De eenzaamheid van het grensgebied'? Afspraak op zondag!

woensdag 3 juni 2015

De roos en de lavendel (15)

Wat voorafging: de Vlaming Maarten Dekeyser heeft zich teruggetrokken in het verouderde hotel van de zussen Grenier in L'Isle-sur-la-Sorgue.

De meeste gasten bleven hooguit een handvol dagen pleisteren in het hotel en trokken daarna verder naar Avignon, Arles of de Côte d’Azur. Na enige tijd werd Maarten voor de bejaarde dames een oude bekende. Er kon al eens wat meer af dan een verweesde glimlach. Als hij 's avonds in het hotel terugkeerde, draaide Ghislaine de volumeknop van het televisietoestel dat achter de balie stond naar beneden en zette haar bril op de neus om hem fatsoenlijk te kunnen begroeten. Ze maakte zelfs een praatje over het onvermijdelijk hete weer.

Op zaterdag toonde Ghislaine Grenier hem opgewonden Le Provençal die wonderbaarlijk nieuws over hemelse verschijningen in de Vaucluse op de voorpagina afdrukte. Alvast in eigen streek werd L'Isle even uit de vergetelheid weggerukt en kreeg het een aureool van belangrijkheid toebedeeld dat het voorgoed verloren leek. De hele dag lang zat Ghislaine achter de balie het artikel te herlezen en monkelend te herkauwen. Ook op die bijzondere dag werd er niets toegevoegd aan het ontbijt. Maarten werkte met langzame happen de homp stokbrood naar binnen. Gelukkig had hij wat verderop een croissanterie ontdekt, waar het immer geurde naar warm en zoet gebak.

Eén dag later troonden Ghislaine en Célia hem mee naar de barokke kerk van L'Isle-sur-la-Sorgue. Ze liepen langs de kunstenmakers en zwaaiden naar Napoleon Maillane die een straathond op drie poten leerde bedelen. Tussendoor kochten ze een halve kilo olijven, die ze uitzochten uit een twintigtal groezelige bakken, niet zonder op elke soort overvloedig commentaar te leveren. In Maartens ogen zagen ze er allemaal even onsmakelijk uit.

Maarten knikte naar iedereen die naar de bejaarde dames knikte en het leek alsof hij aan de hand van twee oude tantes over de markt van zijn geboortestad kuierde. De toegang tot de kerk bevond zich op de place de la Liberté tussen kramen vol zonnebrillen, strooien hoeden en kleurrijke provencaalse kleren. Op de trappen zaten bedelaars mistroostig voor zich uit te kijken, maar toch gooide slechts af en toe een toerist een muntstuk in hun pet. 

Le père Jacob stond alle gelovigen persoonlijk op te wachten. Hij had een gerimpeld maar glimlachend gezicht, als van een wijze oosterling op jaren. Nadat hij de zussen Grenier een hand had gegeven, was Maarten aan de beurt. Hij voelde hoe de priester hem een onzichtbaar kneepje gaf. 

Toen zag Maarten de overdadig versierde zijkapellen en de zes misdienaars die in processie naar het altaar van het Heilig Hart trokken. Op een vingerknip gingen ze gelijktijdig door de knieën. Hun kadaverdiscipline deed denken aan het vreemdelingenlegioen, dat zijn kazernes had in het naburige Orange.

Benieuwd naar het vervolg van 'De eenzaamheid van het grensgebied'? Afspraak op zondag!