Foto auteur

Foto auteur
Foto Maarten Marchau, provinciebestuur Oost-Vlaanderen

zondag 20 juni 2021

De dichter

Hij begroet mij net zoals vroeger. 'Mijn gedichten zijn zeer goed. Iedereen die er wat van kent, zegt het.
Jij vindt ze toch ook goed?'


In al die jaren is hij nauwelijks veranderd. Het lijkt of de tijd geen vat op hem heeft. Hij heeft nog steeds dezelfde karakterkop en een weerbarstige witte haardos. Je zou zijn beeltenis zo kunnen toevoegen aan een galerij van Vlaamse literatoren van een vorige generatie. Weinigen zouden hem 'ontmaskeren' tussen de portretten van Timmermans en Streuvels.

Ooit woonde ik in zijn buurt. Op een avond vond ik een handgeschreven briefje in de bus. 'Mijn gedichten zijn te koop in de boekhandel. Dank u.' Ik ging hem feliciteren, kreeg een glas, een mondelinge bloemlezing en een gratis bundel. Zijn gedichten vertoonden meer invloed van Guido Gezelle en Alice Nahon dan van Herman De Coninck of Leonard Nolens.

Later volgden er verschillende bundels in eigen beheer, met titels als 'Mijmeringen' en 'Louteringen'. Hij werkte toen nog bij de belastingdienst en zat 's middags soms op een bankje tussen het groen en de heuvels te verpozen. Op zoek naar de schoonheid die hij in zijn werk niet vond, of te weinig vond.

Hij voerde zijn eigen promotie, vaak in een onnavolgbare stijl, maar niet zonder succes. Er doken verzen van hem op op borden langs de weg en op toeristische plekken, maar toch vooral op rouwberichten. Ik weet niet welk onpeilbaar verdriet hij met zich meedroeg, maar zijn woorden brachten troost op momenten waarop dat nodig was.

'Ik heb schrik om beroemd te worden,' vertrouwde hij mij destijds toe. 'Beroemde mensen sterven soms snel.'
Dat is hem alvast bespaard gebleven.

zondag 6 juni 2021

De tovenaar van half negen (fragment)

‘Vergeet het!’ Ik wou de naam van haar grootvader niet horen en voorts wou ik opmerken dat het geen zin meer had, dat hij niets verkeerds had gedaan en zelfs als het wel zo was, dat zijn vader hem vast zou vergeven zoals ook hij mij zou vergeven voor mijn talrijke dwaasheden en dat we allemaal dingen doen waar we later spijt van krijgen. 

Maar ik vond de woorden niet of ik vond ze wel en begreep dat ik ze zou verdrinken in mijn emoties en dat hij dan op zijn beurt zou beginnen janken en dat het veel te koud was om als een hoopje ellende in de gracht te gaan liggen, want hij zag er reeds uit alsof hij daar ter plekke zou sterven.


Mijn roman 'De tovenaar van half negen' (ISBN: 9789462663312) is nog tot 30 juni 2021 te bestellen bij: https://www.schrijverspunt.nl/e-boeken/de-tovenaar-van-half-negen-stefaan-desmet

zondag 23 mei 2021

Engelse versie van 'Het smelt'!


'Het smelt', de bestseller van Lize Spit zet zijn internationale opmars verder. Begin mei verscheen 'The Melting', de Engelse versie van Spits debuutroman. 

Eerder werden de vertaalrechten reeds verkocht aan diverse landen. Dat mocht ik  twee jaar geleden zelf vaststellen in de bibliotheek van Aarhus in Denemarken waar de Deense vertaling prominent stond uitgestald.

In 'Het smelt' keert een jonge vrouw terug naar haar geboortedorp om er wraak te nemen. Een centrale rol is daarbij weggelegd voor een grote blok ijs.

Bij ons ligt inmiddels de opvolger 'Ik ben er niet' al een tijdje in de winkelrekken. De psychische problemen van haar vriend zorgen bij de vrouwelijke hoofdfiguur van deze roman voor een toenemende onrust.

PS: de foto bij deze bijdrage is afkomstig van een tweet van Spits Nederlandse uitgeverij Das Mag.

zondag 9 mei 2021

Het dubbele leven van Frederik Backaert

Foto: Bert Broos
Ik zal het maar bekennen, ook ik heb een boontje voor de wielrenner en landbouwerszoon Frederik Backaert uit Michelbeke. Dat kan vreemd lijken, want er zijn veel renners met een meer indrukwekkend palmares. Backy zal wel nooit de Tour of de Giro winnen en wellicht evenmin de Ronde van Vlaanderen, zelfs al doet die zijn geliefde Berendries aan.

Maar Frederik Backaert heeft een authentieke uitstraling, een naturel waardoor je hem veel vergeeft. Hier is geen renner aan het woord die te lang mediatraining heeft gekregen en zich uitput in nietszeggende volzinnen. Als ze hem op tv confronteren met een knappe rennersvrouw begint hij nog altijd jongensachtig te blozen.

Maar die onwennigheid valt weg eenmaal thuis tussen de koeien in het vertrouwde Michelbeke. En wanneer een journalist hem komt opzoeken in de ouderlijke boerderij wordt al eens de koffiekan op tafel gezet vergezeld van een koekjestrommel met een foto van het koningspaar. Niet met bijbedoelingen of om een dubieus statement te maken om de eigen superioriteit in de verf te zetten, maar omdat die koekjes zo lekker zijn en die foto best geslaagd is. Het leven kan heerlijk zijn als je het tot de essentie durft te herleiden.

Het gevaar bestaat dat sommigen van Backaert een karikatuur maken: de eenvoudige plattelandsjongen tussen de haaien van het wielerpeloton. Zoals sommigen ook onze mooie Vlaamse Ardennen graag wegzetten als een landelijke uithoek waar de sterre bleef stille staan. Alsof de moderne tijden hier nog niet helemaal zijn doorgedrongen…

Toch is het deels toeval dat de streek enigszins haar groen karakter heeft weten te behouden. Onder meer te danken aan een gebrekkige ontsluiting, die echter tevens veel pendelarbeid en braindrain heeft veroorzaakt. Alles heeft zijn prijs, al vergeten we dat graag.

Na zijn wielerloopbaan zal Frederik Backaert de familiale boerderij overnemen en zich volop aan de boerenstiel wijden. Geen dubbel leven meer en vooral geen gevaar voor ‘het zwarte gat’! Een carrièreplanning waar veel van zijn huidige collega’s nog een puntje kunnen aan zuigen. Nuchtere mensen in de Vlaamse Ardennen! Maar eerst hopelijk toch nog een tijdje koersen, Frederik. Momenteel wat onderbelicht in Franse loondienst, wie weet echter wat de wielertoekomst nog brengt?

PS: half juli liet Frederik Backaert weten dat hij eind 2021 stopt met wielrennen. Door de coronacrisis komt hij nog aan weinig wedstrijden toe, wat zijn koersplezier ernstig verminderde. Na zijn wielerloopbaan gaat Frederik zich zoals eerder aangekondigd toeleggen op de boerenstiel.

Deze column verscheen eerder in een licht gewijzigde versie op De Beiaard on line/Nuus.

zondag 2 mei 2021

De schroothandelaar

Van alle beroepen bestaat er een goede en een slechte variant. Natuurlijk, hoor ik je opmerken, een goede en een slechte slager, een goede en een slechte bakker. Ja, zo ken ik er ook nog een paar. Maar hoe zit het met moordenaars? Bestaat er daar wel een goede versie van? Zeker, denk maar aan Jezus aan Zijn kruis, geflankeerd door de slechte moordenaar en, jawel, zijn berouwvolle collega.

Nu iets moeilijker: hoe zit dat met schroothandelaars? Heeft er daar al iemand een goed exemplaar van over de vloer gekregen? Ik zal je verrassen: in mijn jeugd woonde er een schroothandelaar in onze straat. Voldeed aan alle clichés van het beroep, tot de vieze handen en de onverzorgde snor toe.


Ouders waarschuwden hun kleine kinderen dat hij losse handjes had. Wat niet eens waar was. Tenzij hij slecht geslapen had, wat weleens gebeurde. Dat soort man dus…

Op een dag kwamen twee moedige getuigen van Jehova bij hem aanbellen. Of hij een half uurtje tijd had om over God te praten? Die schroothandelaar bekijkt hen eerst nog verbaasd, maar dan al snel vol spot, en antwoordt vervolgens zonder verpinken: ‘Over God niet, maar over de vrouwen altijd!’

Die getuigen hebben daar geen half uur, geen volledig uur, maar bijna twee uur doorgebracht en toen ze eindelijk buiten strompelden, hadden ze een glimlach op de lippen alsof ze de mooiste vrouwen uit de hemel persoonlijk hadden ontmoet.

De volgende zaterdag trok ik met een schoolmakker naar die schroothandelaar. We hadden voor de gelegenheid een lange broek en een ruitjeshemd aangetrokken, wat ons alleen in onze verbeelding wat stoerder deed lijken. ‘Meneer, wij willen ook over de vrouwen praten.’ Nooit sneller een poort op onze kop gekregen dan die keer.

Wie beweerde daar dat leergierigheid een deugd is?


PS: deze column verscheen eerder in een licht gewijzigde versie op de Nederlandse website van Schrijverspunt.

zondag 25 april 2021

Een grijze muis?


Het gebeurde twee jaar geleden op een zaterdagmorgen. Op een uur waarop ik meestal nog uitrust van de werkweek, voerde ik mijn dochter naar het station van Zottegem. In de gang onder de perrons loop je tijdens de week leerlingen van de nabijgelegen provinciale school tegen het lijf. Nu was het er eerder kalm.

Mijn dochter trok naar een festival van fantasy in het Gentse. Voor de gelegenheid was ze uitgedost met een zwarte hoepeljurk, een lange pruik en een witte parasol. Ik vergezelde haar tot op het perron omdat ik ernaar verlangde om nog eens iemand hartelijk uit te wuiven. Mijn dochter was zo attent om mij dit simpele genoegen te gunnen.

De andere reizigers op het perron bekeken haar met bijzondere belangstelling. Onder hen een gespierde dertiger, minstens een dreigend hoofd groter dan ik. Hij had een opvallend rastakapsel en een blikje bier in de hand.

Tot mijn verbazing kwam hij naar ons toegestapt en begon mijn dochter uitgebreid te feliciteren met haar ongewone kledij. ‘Ik vind dat iedereen zichzelf moet zijn,’ zei hij. ‘Er lopen al genoeg grijze muizen rond.’ Die omschrijving was gelukkig niet op hem van toepassing. ‘Ze zeuren omdat ik ’s morgens een blikje bier drink.’ Aan zijn adem te ruiken, een behoorlijk understatement! ‘En omdat ik al eens drugs neem. En wat dan nog?’

Daarop gebeurde het onvoorstelbare. Hij ging door de knieën en gaf mijn dochter een handzoen. Even vreesde ik in een opname van ‘Blind getrouwd’ beland te zijn. Mijn dochter bedankte hem en complimenteerde hem voor zijn aparte haardracht, waardoor ze blijk gaf van meer zin voor diplomatie dan ikzelf.

Plots wendde hij zich tot mij. ‘Ben jij ook zo’n zeurpiet van het stadsbestuur?’ Ik ontkende en vertelde niet zonder trots dat ik voor het provinciebestuur werk. ‘De provincie! En wat doe je daar?’ klonk het bruut.

Soms is eerlijkheid zo niet onverstandig, dan toch onvoorzichtig. ‘Provinciebelastingen?!’ herhaalde hij en kwam vervaarlijk dicht bij mij staan. ‘De deurwaarder sturen naar mensen?’ Ik keek met toenemende bezorgdheid naar de nabije sporen en zag de krantenkoppen al voor ogen: provincieambtenaar voor rijdende trein geduwd. Zou mijn droeve lot de wereld rondgaan?

Hij slurpte zijn biertje uit, staarde mij aan en zei: ‘Ik vind dat goed. Iedereen moet bijdragen aan de gemeenschap.’ Hij nam afscheid en stapte op de trein naar Brussel.

Ik wuifde versuft mijn dochter uit, verliet het perron en hield halt voor de drankautomaat in het station. Nee, ik nam geen biertje, al scheelde het niet veel.

Deze column verscheen (in licht gewijzigde versie) in het nummer van mei 2019 van ProInfo, het personeelsblad van de provincie Oost-Vlaanderen.

zaterdag 24 april 2021

De tovenaar van half negen: fragment

 

"Ze vertelde over haar vroegere, veelal platonische verliefdheden, die een voor een ongelukkig en triest waren geëindigd. Het leek bijna alsof ze voorlas uit een driestuiversroman. En toch vond ik zelfs dat boeiend genoeg om midden in de nacht naar te luisteren.

'Ongeluk in de liefde betekent geluk in het spel,' zei ik. Het was een dooddoener, waarvan ik intussen zelf al betwijfelde of hij de toets met de realiteit kon doorstaan. Ik betastte mijn knie, die steeds meer zwol en steeds meer pijn deed, en hoopte van harte dat het omgekeerde in elk geval mocht gelden.

'Ja,' zei ze weifelend, 'misschien wel.'

Daarop begonnen we te zoenen. Eerst heel aarzelend en voorzichtig, daarna steeds stoutmoediger en feller alsof we ons hele leven nooit iets anders hadden gedaan en ook nooit meer iets anders zouden doen. 

Zo gingen we haast een half uur door. Het was alsof we aannamen dat de duurzaamheid van onze relatie zou afhangen van de intensiteit van onze kussen. Een best aantrekkelijk uitgangspunt, dat mij letterlijk met het leven verzoende en mij, minstens voor een tijd, deed geloven in de maakbaarheid van een gelukkiger wereld."

Meer info:

https://www.schrijverspunt.nl/e-boeken/de-tovenaar-van-half-negen-stefaan-desmet


donderdag 22 april 2021

De tovenaar van half negen: fragment

"Had ik toen ten volle beseft hoe diep het voor hem zat, was mijn leven waarschijnlijk anders verlopen. Dan had ik hem er op het gepaste moment kunnen aan herinneren dat liefde zich niet liet plannen, maar je overviel, even plotseling als zalig, en dat het dan geen zin meer had om oude koeien te reanimeren, nee, die liet je beter dood in hun sloot. 

En dan had ik er later kunnen aan toevoegen dat mij geleerd was om de rationele weg te nemen en dat ik dat ook meestal daadwerkelijk heb gedaan. Maar dat ik mij het gelukkigst heb gevoeld die zeldzame keren dat ik van het rechte pad ben afgedwaald en mij een dolende ridder waande. 

Niet zozeer omdat dat spannender was, ofschoon het dat zeker was, wel omdat ik mij op die momenten als een mens tussen de andere mensen zag, wat een evidentie had moeten zijn en het toch te zelden was."

Meer info:

https://www.schrijverspunt.nl/e-boeken/de-tovenaar-van-half-negen-stefaan-desmet

zondag 18 april 2021

Het graf van Roger Raveel

Vanop het kerkhof van Machelen kan je de oude Leie-arm zien. Het schijnt dat Roger Raveel zelf nog heeft geijverd voor het behoud ervan. Daar ben ik Raveel dankbaar voor, want het is heerlijk toeven op de oever, terwijl de lentezon op je gezicht blakert en een hengelaar zijn materiaal uitprobeert.

Roger Raveel rust onder een witte vierkante steen. Daarvoor staan in sierlijke letters zijn naam en die van zijn tweede vrouw geschreven. Ongetwijfeld een idee van haar, alsof ze duidelijk wil maken wie tot in de dood met de schilder verbonden blijft. Blijkbaar bestaat daar twijfel over.

Als je van het Raveelmuseum langs de kerk en het kerkhof naar de Leie stapt, kan je het graf van Roger Raveel niet missen. Iets moeilijker om te vinden is het graf van Zulma de Nijs, zijn eerste echtgenote, die aan de andere kant van de kerk een onderkomen in de schaduw heeft gevonden. Zulma heeft met Raveel samen geleefd toen die nog meer inspiratie dan centen had. Ze ging schoonmaken en baatte een dorpswinkeltje uit om voor wat brood op de plank te zorgen.

Na het overlijden van Zulma in 2009 hertrouwde Roger Raveel in 2011 met Marleen De Muer. Raveel was toen 89 jaar, De Muer was net 52 geworden. Twee jaar later, op 91-jarige leeftijd, stierf Roger Raveel.

Auteur Guy Prieels, vertrouwd met de kunstwereld, schreef in 2014 de sleutelroman 'De meester, de muze & de eeuwigheid', uitgegeven door Houtekiet. In deze hilarische sleutelroman neemt hij het tweede huwelijk van Roger Raveel op de korrel.

zaterdag 17 april 2021

'Zeven dagen' van Bert Dekimpe


Bert Dekimpe (Drongen) werd in 1972 geboren in Zwevegem. Hij is historicus en bibliothecaris in Kluisbergen. Behalve lezen en schrijven behoren geschiedenis, kunst (inclusief muziek), voetbal en schaken tot zijn grootste passies. 

In 2013 verscheen zijn eerste roman 'Schitterende prijzen' bij Free Musketeers. Het betreft een deels autobiografisch verhaal over een opgroeiende jongen. 

Op het eind van 2016 gaf dezelfde uitgeverij de thriller 'De Gedaante' uit. Een raadselachtig spookverhaal dat zich afspeelt in 1870. De jonge Isabella wordt tegen haar zin naar een streng kloosterpensionaat gestuurd. Ze ontdekt dat men er geheimen verbergt. Gelukkig vindt ze steun bij twee lotgenoten. Het is een avontuur vol vriendschap en liefde.

Eind 2020 verscheen 'Zeven dagen' bij uitgeverij Losse Vis. De roman telt 272 pagina's en speelt zich af in juni 1862. Een gruwelijke burgeroorlog dreigt de nog jonge Amerikaanse natie te verscheuren. Zeven dagen lang vecht men fel rond de stad Richmond. Zeven gewone mensen zien hun leven een drastische wending nemen... 

Meer info: