Foto auteur

Foto auteur
Foto Maarten Marchau, provinciebestuur Oost-Vlaanderen

zondag 16 september 2018

Wat zochten de inbrekers? (Proloog)


Soms wou ik dat ik kon toveren. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Hocus pocus, nog een abracadabra en hop, die misvormde pompoen is al getransformeerd in een gouden koets, die bevriende koningsparen en autoconstructeurs doet stikken van afgunst. Heerlijk, niet? Zelfs Halloween wordt dan weer wat draaglijker.

Een weggegooide bonsai verandert in een nanoseconde in een afzichtelijk watermonster, waarmee je ook Japanse toeristen in dichte drommen naar de Vlaamse Ardennen kan lokken. Er schuilt zoveel ongedierte in onze beken en rivieren, waarom dan geen fotogeniek monstertje?

Rol alvast de rode loper uit, alle toeristen zijn hier van harte welkom. Meer zelfs dan in Brugge, waar hun buitensporige belangstelling voor de bier- en chocoladezaken bij de lokale bevolking enige ergernis begint op te wekken. Jazeker, ze zouden mij in het Venetië van het Noorden eeuwig dankbaar zijn. Graag gedaan, jongens, maar dan in het Japans. Tot op de Brugse Metten! Mijn goedendag ligt reeds klaar.

Bovenal zou ik als tovenaar onmiddellijk kunnen achterhalen waarom inbrekers op Beloken Pasen onze woning ondersteboven haalden. Nochtans zijn er veel riantere woningen in de buurt waar ze zoveel meer genoegen hadden kunnen aan beleven. Tja, 8 april 2018 is mijn persoonlijk 9/11. Maar toch ben ik vastbesloten om de motieven van de dieven te achterhalen. Ik hou u op de hoogte. Beloofd!





Risk (132)

Wat voorafging: Robert Impens biedt zich op paaszaterdag aan in een bankkantoor in het kustdorp en wenst een grote som geld af te halen. De bankbediende schrikt zich zowat rot en vraagt bevestiging. Heeft hij dat wel goed gehoord?

‘Ja,’ bevestigde Robert, ‘zoveel geld wil ik afhalen, inderdaad.’
‘Dan zal ik toch eerst met het hoofdkantoor moeten bellen. Ik hoop dat er daar iemand werkt op een paaszaterdag.’ Hij had zo te horen geen hoge pet op over de werkkracht op het hoofdkantoor. 

Daarna verwijderde hij zich even, blijkbaar had hij liever niet dat Robert zijn gesprek met het hoofdkantoor kon horen. Misschien belt hij wel naar zijn vrouw, naar de kapper of de slager, ging het door Robert heen.

Het duurde in elk geval een hele tijd. Aan de muur in het kleine kantoortje hingen oude obligaties en aandelen die waren ingekaderd, eentje ging zelfs terug op de kopermijnen in de vroegere kolonie. 

Robert vroeg zich af wat voor man kon werken in een kantoortje omring door vergeelde obligaties en aandelen. Aandelen die op de koop toe beduimeld waren door een bloedig verleden. Er lagen foldertjes van een nieuw beleggingsfonds die Robert begon door te nemen, hoewel de inhoud ervan niet echt tot hem doordrong.

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 9 september 2018

Risk (131)

Wat voorafging: het wordt steeds onduidelijker wat Robert Impens in het schild voert. Na de verlenging van de huur van de duinenvilla en de merkwaardige SMS naar Mike van het reclamebureau Risk, biedt hij zich nu aan in het bankkantoor.

Op paaszaterdag bood Robert zich aan in het bankkantoor. Hij droeg een keurig colbert en een das. Wie hem niet kende, zou aangenomen hebben dat hij op zijn paasbest was uitgedost, maar voor Robert Impens betrof het zijn gewone werkplunje.

Hij werd ontvangen door een gedrongen man die een bril met dikke glazen droeg.
‘Ik kom geld afhalen,’ zei Robert. ‘Geld van ons kantoor. Ik heb dringend een grote som nodig.’

De man bekeek hem argwanend vanachter zijn dikke brillenglazen. Banken rolden de rode loper uit als je geld kwam brengen, maar als je geld kwam afhalen, zelfs je eigen geld, gaven ze je het gevoel een bankovervaller te zijn.

Hoeveel?’ vroeg hij.
Robert noemde een bedrag, het was een aanzienlijk bedrag, maar niet astronomisch, niet om van achterover te vallen of te duizelen. Toch floot de bijziende bankbediende. ‘Zozo,’ zei hij, ‘zoveel.’

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 2 september 2018

Risk (130)

Wat voorafging: het is stilaan een mysterie wat Robert Impens van plan is. Hij heeft de huur van de duinenvilla op eigen houtje verlengd en gebruikte Karins mobieltje om Mike te sussen. Is hij uit op wraak en zo ja, wraak op wie allemaal?

Zijn hele leven was Robert Impens opgevoed om het goede na te streven. Al van kindsbeen af. Altijd met twee woorden spreken, zwijgen in de rij, oude dametjes helpen de straat oversteken, boodschappen doen voor bejaarde buren, niet snoepen tijdens de vasten. Hij kleurde nooit naast de lijntjes, hij was even voorspelbaar correct als weinig populair.

Wraak was verwerpelijk, maar nu was hij een dienaar van de wraak, geen slaafse knecht, geen gedachteloze lakei, ook geen wraakengel, maar toch een dienaar van de wraak. 

Wie ooit onrecht was aangedaan, zou hem best begrijpen. En wie was nooit onrecht aangedaan? Wie?

Oké, er waren gradaties in het onrecht. De vernietigingskampen waren beslist andere koek, maar dat veegde niet al de rest van tafel. Je kon niet blijven je andere wang aanbieden, ook die andere wang begon na verloop van tijd behoorlijk pijn te doen. 

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 26 augustus 2018

Risk (129)

Wat voorafging: wat voert Robert Impens toch in het schild? Hij ging de huur van de duinenvilla verlengen en nu tikt hij een vreemd berichtje in op Karins mobieltje. Waar Karin uithangt, blijft intussen ook een raadsel.

Hij nam Karins mobieltje en tikte een berichtje in. Tegenwoordig moest iedereen permanent bereikbaar zijn. Zelfs schooljongetjes en prinsen carnaval stonden om de haverklap met een GSM aan hun oren en praatten erop los alsof ze hoogst persoonlijk een crisis op Wall Street moesten afwenden. 

Robert verstuurde weinig sms’en of andere berichtjes. Hij vond het een belachelijke rage en het taaltje waarin ze doorgaans werden opgesteld, bezorgde hem kippenvel. Het kostte hem dan ook enige tijd om het volgende bericht in te tikken: ‘Dag Mike, ik heb de oude betweter goed onder controle. Blijf voor alle zekerheid nog even. Doei, jouw Karin.’

Hij twijfelde of hij die ‘jouw’ voor Karin wel zou laten staan, maar na wat gepieker verstuurde hij het bericht toch ongewijzigd. Mikes ego strelen was allicht de beste manier om hem niet argwanend te maken. Was zijn ego immers niet groter dan de hele Verenigde Staten?

Amper een kwartiertje later kwam er reeds een antwoord. ‘Prima, knuffels, Mike.’ De rotzak, hij moest eens weten. Robert vloekte. Dat deed hij zelden en doorgaans dan nog binnensmonds.

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 19 augustus 2018

Risk (128)

Wat voorafging: Robert verlengt in het zakenkantoor de huur voor de duinenvilla. Hij heeft er een merkwaardig gesprek met de zaakvoerster. Even lijkt het zelfs of ze flirterig wil doen. 

Robert trok zijn hand met een onverhoeds rukje terug. ‘Uw tijd komt wel. Uw vakantie, bedoel ik. Met uw man.’ Ze droeg verschillende ringetjes. Goedkope maar ook duurdere spullen. ‘Of met uw vriend.’

‘Beslist wel.’ Ook zij trok haar hand nu terug. Ze nam de mand eitjes en bood ze hem aan. ‘Neemt u gerust nog een eitje. Of anders voor mevrouw.’

‘Dank u, dat is aardig.’ Robert nam nog een tweede eitje.
‘Meneer boft maar.’ Het klonk wat triest, doorleefd. ‘Zo’n knappe vrouw.’
Hij vroeg zich af of ze de vier bedden was vergeten of gewoon bleef door vissen. ‘Ja,’ zei hij toch maar, ‘meneer boft.’   

Hij gaf haar nog een hand alsof hij afscheid nam van een dierbare vriendin. Even overwoog hij zelfs om haar hand te zoenen, maar die drang onderdrukte hij spoedig.
‘Geniet van uw verlengd verblijf, meneer Impens.’

De zakelijkheid had het opnieuw gewonnen. ‘Dat gaan we beslist doen.’ Hij lachte wat raadselachtig, zoals hij wel eens meer deed. Zelfs een goede reclamecampagne onthulde niet meteen alles.

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!

zondag 12 augustus 2018

Risk (127)

Wat voorafging: het weer valt tegen tijdens die bewuste paasdagen. Vandaar dat de dame van het immobiliënkantoor er geen bezwaar tegen heeft dat Robert Impens de duinenvilla langer huurt. Maar wat gaat er werkelijk door hun geesten?

Robert knikte alsof hij met haar meeleefde en lonkte intussen naar de mand met paaseitjes. Deze keer besloot hij er toch eentje te nemen. Een zoete smaak vulde zijn mond. Bijna zo zoet als de liefde.

‘Lekker,’ zei hij wat overbodig. Hij wreef machinaal zijn lippen af.
Ook zij wreef over haar lippen, rode lippen. Haar parfum rook naar meiklokjes, gezien het barre weer wat voorbarig. Ze twijfelde. ‘Hoe gaat het met de jonge mevrouw?’ vroeg ze dan toch.

‘Prima,’ zei hij zonder aarzeling, ‘prima,’ herhaalde hij alsof hij elke twijfel wou bannen. ‘Ze laat u de groeten doen. Ze rust momenteel. U weet hoe dat gaat: een tijdschrift, wat dommelen, een beetje televisie kijken. Het is ook enigszins een rustvakantie.’

‘Ik wou dat ik wat rust kon nemen.’ Ze geeuwde of deed alsof. Ze legde haar hand op zijn hand. Hij schrok, maar trok zijn hand niet terug. ‘Ik ben er echt wel aan toe. Met zijn tweetjes aan het zwembad of op het strand: de zon, de zee, de…’

Benieuwd naar het vervolg? Afspraak op zondag!