Foto auteur

Foto auteur
Foto Maarten Marchau, provinciebestuur Oost-Vlaanderen

vrijdag 14 oktober 2022

Wit verdriet, zwart verdriet

Met uitgever Dirk Demuynck (Foto Katleen Anrijs)

 Op vrijdagavond 7 oktober werd in het   Provinciehuis in Gent mijn roman ‘Wit verdriet,   zwart verdriet’ voorgesteld.  

‘Wit verdriet, zwart verdriet’ vertelt het verhaal  van de kleine oorlog van mijn tante Marie. Het is geen vrijblijvend verhaal uit een ver verleden maar een roman met lessen die we beter nooit vergeten. 

Tante Marie heeft de dood van haar broer nooit kunnen verwerken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond Robert Demets gekend als anglofiel. Hij was, op bescheiden wijze, actief bij het verzet. Robert werd echter gearresteerd door de Duitsers en overleefde de oorlog niet. Voor mijn tante Marie betekende het een levenslang trauma. Dit is een rode draad doorheen het boek. 

Foto Katleen Anrijs
Verzetslieden zoals Robert Demets zijn al lang vergeten, behalve dan door hun nabestaanden. Hoe anders is het gesteld met Leo Vindevogel, de oorlogsburgemeester van Ronse? De executie van Vindevogel valt niet goed te praten. Maar de man verdiende wel een duidelijke straf gezien zijn uitgesproken pro-Duitse houding.

Het boek is vanaf 7 oktober te koop in de boekhandel.


zaterdag 22 januari 2022

Zes ganzen

 

Het was een van die zeldzame zomerdagen. Het dochtertje van een jonge neef zat in ons grasperk wat rond te staren. Haar prentenboek had ze wat verder in het gras gelegd. Op dat moment landden er zes grote Canadese ganzen in het aangrenzende veld, dat kort voordien geschoren was. Ik vertelde dat het betoverde prinsen waren. Zes broers die ook nog een zus hadden die prinses was. Vroeger woonden ze allen samen in een schitterend paleis.

Het meisje knikte vol overtuiging. Ze had nog de gelukzalige leeftijd waarop je andermans verzinsels wil geloven. Ik vertelde haar niet dat niet iedereen van Canadese ganzen hield. Wel sprak ik haar over de kleine zwanen in het Meetjesland. De provincie had ze geholpen door suikerbietresten op de velden achter te laten. Het meisje had nooit eerder gehoord van een land dat Meetjesland heette maar vond het wel bijzonder sprookjesachtig klinken.

Het leek haar heel slim van de provincie om de dieren te helpen en ze informeerde wat het bestuur nog meer deed. Ik begon aan een haast eindeloze opsomming. ‘We hebben grote domeinen met speelpleinen.’ Ze klapte tevreden in haar handen. ‘En centra waar we oude dingen bewaren of voor de natuur en het milieu zorgen.’ Dat was in haar ogen al even fijn. ‘En ook scholen, veel scholen. Van Oudenaarde tot in Eeklo, van Buggenhout tot in Gent en Zottegem.’

Boette ze nu wat aan enthousiasme in? ‘Waarom moeten volwassenen niet naar school?’ vroeg ze. Ik verklapte dat het provinciebestuur eveneens een ruim assortiment aan opleidingen voor volwassenen aanbood, waar je zowat alles kon leren. Met de computer werken, koken, fotograferen, haar kappen, Italiaans of Turks leren. ’Ook Chinees?’ ‘Ook Chinees,’ gaf ik toe.

Dat vond ze best indrukwekkend. Maar toen bekeek ze mij met een listige blik. ‘En toveren? Kan je er ook leren toveren?’ Nee, dat niet, dat moest ik eerlijk toegeven. Daarvoor moest je met Harry Potter naar Zweinstein trekken. Met een betoverde trein of simpelweg op een bezemsteel. Ze zweeg een poos. ‘Het is niet erg,’ zei ze dan, ‘ik zal later de mensen leren toveren. Ik weet dat ik het kan.’ Dat leek mij een handige oplossing. Zolang konden we wel wachten. Wou ze soms een ijsje? Dat had ze wel verdiend.

Ik haalde twee ijsjes uit het diepvriesvak van de koelkast. Toen ik terugkeerde, zag ik dat er een zevende gans op het veld was neergestreken. Ik keek verbaasd naar het meisje en wees naar de Canadese ganzen. ‘Ik heb de prinses getoverd,’ verklaarde ze. ‘Ik zei toch dat ik het kon.’

PS: deze column verscheen eerder in het nummer van oktober 2021 van ProInfo, het personeelsblad van de provincie Oost-Vlaanderen.

zondag 20 juni 2021

De dichter

Hij begroet mij net zoals vroeger. 'Mijn gedichten zijn zeer goed. Iedereen die er wat van kent, zegt het.
Jij vindt ze toch ook goed?'


In al die jaren is hij nauwelijks veranderd. Het lijkt of de tijd geen vat op hem heeft. Hij heeft nog steeds dezelfde karakterkop en een weerbarstige witte haardos. Je zou zijn beeltenis zo kunnen toevoegen aan een galerij van Vlaamse literatoren van een vorige generatie. Weinigen zouden hem 'ontmaskeren' tussen de portretten van Timmermans en Streuvels.

Ooit woonde ik in zijn buurt. Op een avond vond ik een handgeschreven briefje in de bus. 'Mijn gedichten zijn te koop in de boekhandel. Dank u.' Ik ging hem feliciteren, kreeg een glas, een mondelinge bloemlezing en een gratis bundel. Zijn gedichten vertoonden meer invloed van Guido Gezelle en Alice Nahon dan van Herman De Coninck of Leonard Nolens.

Later volgden er verschillende bundels in eigen beheer, met titels als 'Mijmeringen' en 'Louteringen'. Hij werkte toen nog bij de belastingdienst en zat 's middags soms op een bankje tussen het groen en de heuvels te verpozen. Op zoek naar de schoonheid die hij in zijn werk niet vond, of te weinig vond.

Hij voerde zijn eigen promotie, vaak in een onnavolgbare stijl, maar niet zonder succes. Er doken verzen van hem op op borden langs de weg en op toeristische plekken, maar toch vooral op rouwberichten. Ik weet niet welk onpeilbaar verdriet hij met zich meedroeg, maar zijn woorden brachten troost op momenten waarop dat nodig was.

'Ik heb schrik om beroemd te worden,' vertrouwde hij mij destijds toe. 'Beroemde mensen sterven soms snel.'
Dat is hem alvast bespaard gebleven.

zondag 6 juni 2021

De tovenaar van half negen (fragment)

‘Vergeet het!’ Ik wou de naam van haar grootvader niet horen en voorts wou ik opmerken dat het geen zin meer had, dat hij niets verkeerds had gedaan en zelfs als het wel zo was, dat zijn vader hem vast zou vergeven zoals ook hij mij zou vergeven voor mijn talrijke dwaasheden en dat we allemaal dingen doen waar we later spijt van krijgen. 

Maar ik vond de woorden niet of ik vond ze wel en begreep dat ik ze zou verdrinken in mijn emoties en dat hij dan op zijn beurt zou beginnen janken en dat het veel te koud was om als een hoopje ellende in de gracht te gaan liggen, want hij zag er reeds uit alsof hij daar ter plekke zou sterven.


Mijn roman 'De tovenaar van half negen' (ISBN: 9789462663312) is nog tot 30 juni 2021 te bestellen bij: https://www.schrijverspunt.nl/e-boeken/de-tovenaar-van-half-negen-stefaan-desmet

zondag 23 mei 2021

Engelse versie van 'Het smelt'!


'Het smelt', de bestseller van Lize Spit zet zijn internationale opmars verder. Begin mei verscheen 'The Melting', de Engelse versie van Spits debuutroman. 

Eerder werden de vertaalrechten reeds verkocht aan diverse landen. Dat mocht ik  twee jaar geleden zelf vaststellen in de bibliotheek van Aarhus in Denemarken waar de Deense vertaling prominent stond uitgestald.

In 'Het smelt' keert een jonge vrouw terug naar haar geboortedorp om er wraak te nemen. Een centrale rol is daarbij weggelegd voor een grote blok ijs.

Bij ons ligt inmiddels de opvolger 'Ik ben er niet' al een tijdje in de winkelrekken. De psychische problemen van haar vriend zorgen bij de vrouwelijke hoofdfiguur van deze roman voor een toenemende onrust.

PS: de foto bij deze bijdrage is afkomstig van een tweet van Spits Nederlandse uitgeverij Das Mag.

zondag 9 mei 2021

Het dubbele leven van Frederik Backaert

Foto: Bert Broos
Ik zal het maar bekennen, ook ik heb een boontje voor de wielrenner en landbouwerszoon Frederik Backaert uit Michelbeke. Dat kan vreemd lijken, want er zijn veel renners met een meer indrukwekkend palmares. Backy zal wel nooit de Tour of de Giro winnen en wellicht evenmin de Ronde van Vlaanderen, zelfs al doet die zijn geliefde Berendries aan.

Maar Frederik Backaert heeft een authentieke uitstraling, een naturel waardoor je hem veel vergeeft. Hier is geen renner aan het woord die te lang mediatraining heeft gekregen en zich uitput in nietszeggende volzinnen. Als ze hem op tv confronteren met een knappe rennersvrouw begint hij nog altijd jongensachtig te blozen.

Maar die onwennigheid valt weg eenmaal thuis tussen de koeien in het vertrouwde Michelbeke. En wanneer een journalist hem komt opzoeken in de ouderlijke boerderij wordt al eens de koffiekan op tafel gezet vergezeld van een koekjestrommel met een foto van het koningspaar. Niet met bijbedoelingen of om een dubieus statement te maken om de eigen superioriteit in de verf te zetten, maar omdat die koekjes zo lekker zijn en die foto best geslaagd is. Het leven kan heerlijk zijn als je het tot de essentie durft te herleiden.

Het gevaar bestaat dat sommigen van Backaert een karikatuur maken: de eenvoudige plattelandsjongen tussen de haaien van het wielerpeloton. Zoals sommigen ook onze mooie Vlaamse Ardennen graag wegzetten als een landelijke uithoek waar de sterre bleef stille staan. Alsof de moderne tijden hier nog niet helemaal zijn doorgedrongen…

Toch is het deels toeval dat de streek enigszins haar groen karakter heeft weten te behouden. Onder meer te danken aan een gebrekkige ontsluiting, die echter tevens veel pendelarbeid en braindrain heeft veroorzaakt. Alles heeft zijn prijs, al vergeten we dat graag.

Na zijn wielerloopbaan zal Frederik Backaert de familiale boerderij overnemen en zich volop aan de boerenstiel wijden. Geen dubbel leven meer en vooral geen gevaar voor ‘het zwarte gat’! Een carrièreplanning waar veel van zijn huidige collega’s nog een puntje kunnen aan zuigen. Nuchtere mensen in de Vlaamse Ardennen! Maar eerst hopelijk toch nog een tijdje koersen, Frederik. Momenteel wat onderbelicht in Franse loondienst, wie weet echter wat de wielertoekomst nog brengt?

PS: half juli liet Frederik Backaert weten dat hij eind 2021 stopt met wielrennen. Door de coronacrisis komt hij nog aan weinig wedstrijden toe, wat zijn koersplezier ernstig verminderde. Na zijn wielerloopbaan gaat Frederik zich zoals eerder aangekondigd toeleggen op de boerenstiel.

Deze column verscheen eerder in een licht gewijzigde versie op De Beiaard on line/Nuus.

zondag 2 mei 2021

De schroothandelaar

Van alle beroepen bestaat er een goede en een slechte variant. Natuurlijk, hoor ik je opmerken, een goede en een slechte slager, een goede en een slechte bakker. Ja, zo ken ik er ook nog een paar. Maar hoe zit het met moordenaars? Bestaat er daar wel een goede versie van? Zeker, denk maar aan Jezus aan Zijn kruis, geflankeerd door de slechte moordenaar en, jawel, zijn berouwvolle collega.

Nu iets moeilijker: hoe zit dat met schroothandelaars? Heeft er daar al iemand een goed exemplaar van over de vloer gekregen? Ik zal je verrassen: in mijn jeugd woonde er een schroothandelaar in onze straat. Voldeed aan alle clichés van het beroep, tot de vieze handen en de onverzorgde snor toe.


Ouders waarschuwden hun kleine kinderen dat hij losse handjes had. Wat niet eens waar was. Tenzij hij slecht geslapen had, wat weleens gebeurde. Dat soort man dus…

Op een dag kwamen twee moedige getuigen van Jehova bij hem aanbellen. Of hij een half uurtje tijd had om over God te praten? Die schroothandelaar bekijkt hen eerst nog verbaasd, maar dan al snel vol spot, en antwoordt vervolgens zonder verpinken: ‘Over God niet, maar over de vrouwen altijd!’

Die getuigen hebben daar geen half uur, geen volledig uur, maar bijna twee uur doorgebracht en toen ze eindelijk buiten strompelden, hadden ze een glimlach op de lippen alsof ze de mooiste vrouwen uit de hemel persoonlijk hadden ontmoet.

De volgende zaterdag trok ik met een schoolmakker naar die schroothandelaar. We hadden voor de gelegenheid een lange broek en een ruitjeshemd aangetrokken, wat ons alleen in onze verbeelding wat stoerder deed lijken. ‘Meneer, wij willen ook over de vrouwen praten.’ Nooit sneller een poort op onze kop gekregen dan die keer.

Wie beweerde daar dat leergierigheid een deugd is?


PS: deze column verscheen eerder in een licht gewijzigde versie op de Nederlandse website van Schrijverspunt.